Stadsbranden Enschede

Mar 02  Bea Wooldrik. Reacties: 0

1517

14 maart - Enschede wordt bijna geheel door brand verwoest.

Op 14 maart 1517 werd Enschede vrijwel geheel door brand verwoest. De stad bestond voornamelijk uit houten vakwerkgebouwen. Alleen de beide stadspoorten en de kerk waren van steen en bleven overeind. Zelfs de klokken van de stadstoren gingen verloren. Nieuwe werden gegoten op een heideveld in Lonneker dat later de eerste begraafplaats van Enschede werd, nu de Deurningerstraat. Na de brand werd de stad weer op de traditionele manier opgebouwd, zodat het brandgevaar bleef. Pas na de brand van 1862 werd het bouwen van houten woningen gestaakt.

1750

20 mei - Een groot deel van Enschede wordt door brand verwoest.

Op 20 mei 1750 werd een deel van Enschede door brand verwoest. De verwoesting was minder groot dan tijdens de brand van 1517; 72 huizen gingen verloren. De brand brak uit in een woning bij de Eschpoort. Net als in 1517 bestond de stad voornamelijk uit houten vakwerkhuizen, zodat het vuur snel om zich heen kon grijpen.

1862

7 mei  - Enschedese stadsbrand. 800 huizen zijn verwoest. 

140 huizen blijven staan.


Stadsbrand Enschede 1862

Op 7 mei 1862 brak in een woonhuis aan de Kalanderstraat in Enschede brand uit. (Waar nu de Mc Donalds gevestigd is) Het huis werd bewoond door Lodewijk van Voorst.  Het huis was van hout, het had al weken niet geregend, er stond een straffe oostenwind en de stad hing nog vol van versieringen voor het bezoek van Koning Willem III een paar dagen eerder. Het vuur verspreidde zich dus bliksemsnel en blussen was een onbegonnen zaak. De gevolgen van de brand waren catastrofaal: de hele historische binnenstad binnen de grachten werd verwoest. Het stadhuis, het ziekenhuis, de hervormde en de rooms-katholieke kerk en fabrieken gingen verloren. 650 gezinnen werden dakloos. Na de brand werd snel een begin gemaakt met de wederopbouw. Bij de fabrieken buiten de grachten, die gespaard waren gebleven, werden complete wijken uit de grond gestampt van kleine arbeiderswoninkjes. Zo ontstonden al snel beruchte krottenwijken als Sebastopol en De Krim. 

.


Sebastopol.

Aan de hoofdstraten in het centrum was nu ruimte voor statige herenhuizen.


Bron: Wikipedia


Woensdag den 7 Mei 1862 was bijna geheel Enschede in vlammen opgegaan. Den 1 Mei had men het genoegen gesmaakt Neerlands Koning binnen de veste te ontvangen en had men de stad daartoe haar schoonsten feestdos aangetrokken; trotsch op dien tooi had men dat groen tot den 7 Mei laten hangen en juist was men bezig het op te ruimen, toen des middags om kwart voor één een schoorsteenbrand in de Kalanderstraat een huis, een straat, en weinige oogenblikken later alle straten, die in de richting van den fellen Z.O. wind lagen, in een vuurpoel deed verkeeren. Toen tegen vier uur de vlammen de grens van de stad aan de Hengelosche straat hadden bereikt, liep de wind naar het westen, waardoor het vuur bijna al wat nog gespaard was gebleven, aantastte en verteerde. Om 6 uur brandde het hôtel Amelink af, zoodat ook aan die zijde de uiterste grens was bereikt. Van de 798 bewoonde huizen brandden 675, van de 134 onbewoonde gebouwen (fabrieken, magazijnen, kerken, enz.) 116 af. 

Het hierbij gevoegde kaartje geeft eene voorstelling van den omvang der ramp; het daarop gearceerde werd vernield. 



Daarop is

1 de Hengelosche weg, 

2 de Korte steeg, 

3 de Molensteeg , 

4 de Hengelosche straat, 

5 het voetpad naar Oldenzaal, 

6 de Noorderhagen, 

7 de Stroomarkt, 

8 de Haaksbergsche weg, 

9 de Beltweg , 

10 de Koningsstraat, 

11 de weg van Poortmanshekken 

12 de Zuiderhagen, 

13 de Kalander of Alstätsche straat, 

14 de Beukinkstraat, 

15 de Eschweg, 

16 de Veenstmat, 

17 het Korteland, 

18 de Heurne, 

19 de Oldenzaalsche straat, 

20 de Oldenzaalsche weg,

21 de Gronausche straat, 

22 de Lange straat, 

23 de Lappedijk, 

24 Achter het Hofje, 

25 de Loonhofsteeg , 

26 de Hofstraat, 

27 de Achterstraat, 

28 de Haverstraat, 

29 de Groote Markt, 

30 de Knibbelsteeg met de Knibbelbrug, 

31 de Windbrugsteeg met de Windbrug, 

32 de Veldpoort, 

33 de Eschpoort, 

34 de Duivelskeuken, 

35 de Papensteeg, 

36 de Watersteeg , 

37 de Binnengracht, 

38 het Jodenkerkhof, 

39 de Zuidmolensteeg, 

40 de Hoed.

A de Ned. Hervormde kerk, 

B de Roomsch Catholieke kerk, 

C de Doopsgezinde kerk, 

D de Synagoge, 

E het Stadhuis, 

F de Noordmolen,                        

G de Zuidmolen, 

H de Krim, 

I het Gasfabriek, 

K het Weeshuis, 


a.

b.
c.
d.
e.
f.
g.
h.
i.
k.
l.
m.
n.
o.
p.

de Enschedesche katoenspinnerij (30 Paardekracht, iets verder rechts van den weg eene met 57 Pk), 

de spinnerij van Getkate en ter Weele (10 Pk), 

die van H. ter Weele (3 Pk), 

die van H. Römer {4 Pk), 

die van van Heek en Co. (4 Pk), 

die van G. Jannink en Zn. (16 Pk), 

de spinnerij en weverij van A. Jannink en Co. (25 Pk), 

de weverij van Jannink en ter Kuile (24 Pk), 

de weverij van J. en H. Elderink (16 Pk),

de weverij van van Heek en C., (35 Pk), 

die van J. Stroink en Zn. (20 Pk), 

de spinnerij en ververij van L. ten Cate (6 Pk), 

de weverij van L. ten Cate (10 Pk),

de weverij van Blijdenstein en Co. (30 Pk), 

de korenmolen en kalanderij van L. Lasonder (10 Pk), 

en z het huis, waar de brand ontstond.


Doch ‘Enschede herrees uit zijne assche’ en dat met den ondergang der oude stad de energie zijner bewoners eer toe- dan afgenomen was, blijkt uit de omstandigheid dat in 1867 in en om Enschede weder 11 stoomspinnerijen met 63350 spillen,en 13 stoomweverijen met 2659 weefgetouwen werkten.
Bron:  
overijssel1880-1930.blogspot.com


Jacobus Craandijk, Wandelingen door Nederland met pen en potlood. Deel 2

Bij het naderen van Enschede een enkele herinnering aan haar oude geschiedenis. Veel is er niet van bekend. Herhaaldelijk zijn haar archieven door brand vernield. Uit de toen nog op 't stadhuis aanwezige papieren werd in 1855 eene kronijk der stad opgemaakt en geplaatst in de Enschedesche Courant van 10 en 24 Jan. en 7 Febr. van dat jaar. Ook dit exemplaar is reeds zeldzaam geworden. Van het groote bosch, dat zich nog omstreeks 1180 rondom de plaats uitbreidde, en waar de graaf van Dalen, Heer van Diepenheim, XII varkens akeren bezat, is sints lang niets meer over. Maar in 1604 werd er nog een wild hert geschoten. Dat Enschede - ook A n z e of E n z e genoemd - vroeger eene heerlijkheid was, laat zich vermoeden,daar onder de gevallen edelen bij Ane, in 1227, ook een U l r i c h v a n E n s c h e d e voorkomt. In 1228 werd de stad door de bisschoppelijke troepen in de asch gelegd.


Toen of later schijnt zij aan het bisdom van Utrecht te zijn gekomen. In 1323 belooft de bisschop ‘de gemeene stad van Enschede te handhaven in de vrijheden en regten, door de vorige bisschoppen haar verleend.’1 In 1325 ontving Enschede stadsregten van bisschop Jan van Diest. Maar ook de graaf van Solms had er regten, vermoedelijk van zijne vrouw afkomstig; althans haar zuster moest ook toestemming geven tot den verkoop er van. Toen Jan van Diest die in 1331 kocht, was Enschede geheel aan het bisdom verbonden. Rudolf van Diepholt verpandde in 1437 stad en kasteel, nevens geheel Twenthe, aan Jan van Weleveld. Aan de rampen van den Gelderschen oorlog had zij ruim haar deel. In 1597 werd de stad door prins Maurits genomen en ontmanteld. Van de Munsterschen had zij in 1672 veel te lijden. Eene zware brand teisterde haar in 1750. Toch hief zij telkens weêr, fier en moedig, het hoofd omhoog.

1 Deze bisschop wordt genoemd Arent van Hoorn. Maar hij was bisschop van 1371-1378. Er moet dus een fout schuilen, òf in den naam, òf in het jaartal. Het gedrukte stuk geeft duidelijk d r e e e n t w i n t i c h . In het handschrift stond welligt d r e e e n t s e u e n t i c h .


Wij verwachten niet, in Enschede eene oude Twenthsche stad te vinden. Den 7den Mei 1862 werd de gansche stad in de asch gelegd. Des middags omstreeks 1 ure werd de bevolking verschrikt door het gerucht, dat er brand was. In een der achterstraten sloeg de vlam uit eene arbeiderswoning. Welhaast greep zij met geweld om zich heen. Vruchteloos beproefd, het onheil in zijn begin te keeren! Door het drooge, warme voorjaar waren de menigvuldige houten gevels tot zoovele gevaarlijke punten geworden, waar de vlam voedsel vond. Het Koninklijk bezoek, voor weinige dagen aan Twenthe gebragt, had in de woningen der armen een' overvloed van brandstof doen opeenhoopen in de dorre dennetakken en stammen, van de menigvuldige versieringen overgebleven. Water was er weinig. In weinig oogenblikken staat een gansche rij huizen in brand. Straks ook de overzijde der straat. De vuurzee breidt zich uit, golft verder en verder. De bewoners der bedreigde buurten bergen hun goederen in het deelder stad, dat beneden den wind ligt. Vergeefs. Als gewoonlijk bij zulke geweldige branden, gaat er een wervelwind over de ongelukkige stad. In alle rigtingen worden de vlammen voortgezweept. Het houtwerk, door de hitte geblakerd, vat overal als vanzelf vuur. De spuiten zijn reeds lang verbrand op de straten. Van rondom is hulp ontboden en gezonden, maar nog niet aangekomen. Wagens vol geredde goederen moeten worden achtergelaten, om althans het leven te behouden. Daken en gevels vallen in met doffen dreun. Zware machines ploffen in de hooge fabrieken naar beneden. De klokken storten daverend neêr in den uitgebranden romp van den toren. In weinig uren is het lot van Enschede beslist. Omstreeks 7 uren is men den brand meester, - omdat binnen den ganschen omtrek der stad niets meer door het vuur te verwoesten is. Wel opmerkelijk is het, dat ondanks de verschrikkelijke snelheid, waarmeê de vlammen zich uitbreidden, in de ontzettende verwarring van den algemeenen ramp, maar één menschenleven verloren ging.


Niet vernietigd was Enschede's energie. Spoedig verrees de stad weêr uit haar puin. Welnu, wij zullen dan eene gansch nieuwe, eene negentiende-eeuwsche stad zien. Zal zij ons voldoen? Over den smaak valt niet te twisten. Wat mij betreft, ik meen u te moeten waarschuwen: ‘verwacht niet te veel.’ Wij zullen nieuwe huizen zien, zelfs prachtige huizen, met spiegelglas, met de bekende gegoten krullen en versierselen, met portlandsch cement. Door de groote ruiten zullen wij hier en daar den blik in groote, rijk gemeubelde kamers werpen, waarvan wij kunnen onderstellen, dat zij aangenaam ter bewoning zijn. Maar de karakterlooze stijl van onzen tijd eischt, wanneer hij nog eenigen indruk zal maken, de lange, breede, regte straten eener moderne stad. Dat wordt hier gemist. De toenemende bevolking blijft gedrongen binnen den engen kring, dien de oude, rondloopende gracht heeft afgebakend. Bij den brand waren de fundamenten, voor een deel ook de muren der huizen gespaard, en bij den herbouw werd - niet onnatuurlijk - het overgeblevene gebruikt. Het nieuwe Enschede behield meest dezelfde kromme straten, ofschoon hier en daar verbreed. Daar voldoen de nieuwerwetsche gebouwen niet. En de geringere buurten missen dien stempel van oudheid en ernst, die ook het verval eerbiedwaardig maakt. Enschede, evenmin de type eener oude als eener nieuwe stad, verloor zijn karakter. Alleen een paar deftige gevels uit de vorige eeuw, door den brand gespaard, geven eenige afwisseling, en het eenige nieuwe gebouw, dat karakter heeft', is de R.C. kerk, in Romaanschen stijl opgetrokken en inwendig naar den eisch rijk en smaakvol versierd. Van de Hervormde kerk bleven wel de zware muren van Bentheimer steen overeind, maar het inwendige werd hersteld, weinig in overeenstemming met het kloek en ernstig voorkomen van het oude bedehuis. Bovendien heeft Enschede iets doodsch en ledigs, omdat de fabrieken en de woningen der fabriekarbeiders allen naar de buitenzijde werden verplaatst. In de stad zelve bemerkt men weinig of niets van de levendigheid, die een bloeijende nijverheid met zich brengt. Maar behalve dit betrekkelijk gemis, is de opeenhooping der arbeidende klasse in daartoe gebouwde wijken, niet zonder gevaar. Dat gevaar bedreigt niet zoozeer de gezondheid, want de straten zijn ruim en luchtig, de woningen voldoende. Maar in tijden van spanning en ontevredenheid, die in fabriekplaatsen niet zeldzaam zijn, heeft men daar hoogst bedenkelijke brandpunten van oproerigheid. En ook in gewone omstandigheden is het voor rijken en armen beiden goed, als zij elkander ontmoeten.


Welnu, hoe is dat in Enschede?

Opzettelijk noodigde ik u uit, om op Zondag een bezoek te brengen aan de stad en haar bevolking. Het spreekt van zelf, dat anders een gewone werkdag, als alle arbeid in vollen gang is, voor de kennismaking met eene nijvere plaats als deze, vrij wat geschikter is. Maar wij kunnen ons bezoek immers herhalen, of, zoo niet, wij kunnen ook elders fabrieken zien van den zelfden aard. Doch wat wij op Zondag in Enschede zien, is, voor zoover ik weet, eenig in zijn soort, althans in ons vaderland. Het is ons bepaald om h e t v o l k s p a r k te doen. Niet ver van het station, langs den kalen spoorwegdijk, leidt een nog jonge laan ons derwaarts. Reeds van verre ziet gij het ververschingsgebouw, van boomgroepen omringd, en reeds op grooten afstand hoort gij 't gerucht van menschensternmen, als een stemme veler wateren. Gij bemerkt dat het er vol is. Scharen van wandelaars bewegen zich door het park, langs de ruime grasperken en de slingerende waterpartijen. Bij de menigvuldige schommels en wippen ziet gij de jeugd vertegenwoordigd. Om op ‘den berg’ het ruime uitzigt te genieten, volgt menig gezelschap het spiraalvormig pad tot waar op den top de driekleur uitwaait van den hoogen vlaggemast. Anderen houden zich in de nabijheid der nraziektent, om niets te missen van de toonen, die zich daar van tijd tot tijd laten hooren. Het volst is het in den omtrek van de smaakvolle restauratie, met haar veranda's en balkon, van waar wij de stad met haar torens en schoorsteenen overzien. Daar zitten groepen van fabriekarbeiders, van kleine burgers en winkeliers, van dienstboden met haar welbenlinden. Maar daar zitten ook de heeren en dames. De groote fabrikant is er met zijn vrouw en dochters. Op den voet der meest volkomen gelijkheid zijn zij er gezeten aan tafeltjes, die zij zelven hebben veroverd, op stoelen, die zij zelven hebben gehaald, en zij drinken bier uit glazen, die zij zelven aan een der buffetten hebben laten vullen. In de week is ook thee en koffij verkrijgbaar; op Zondag zou dat te omslachtig zijn. Dan is ook geen eigenlijke b e d i e n i n g mogelijk. Ieder helpt zichzelven, zoowel de heer als de knecht. Daar heerscht vrolijkheid', geen luidruchtigheid; daar is gewoel, geen gedrang; vrijheid, geen losbandigheid. En wat gij ook ziet, geen' policiedienaar, tenzij misschien een' enkele, die als privaat-persoon in politiek ook zijn glaasje bier drinkt, - en waaróm hij niet even goed als de burgemeester? Zie, dat doet goed. Zoo ontmoeten elkander rijken en armen, zoo geniet de volksklasse in gezelschap der meer gegoeden, der meer ontwikkelden. Sterke drank is niet te verkrijgen, maar voor goed en goedkoop bier is gezorgd. Geldelijk voordeel behoeft het volkspark niet op te leveren, en dat het volk wel kan en wil genieten zonder jenever, als de gelegenheid daartoe gegeven wordt, kunt gij hier bewezen zien. Dat het zich fatsoenlijk weet te vermaken, zonder eenigen dwang, kunt gij hier opmerken. Maar dit park is ook zijn eigendom, en het is waard, het lief te hebben en er trotsch op te wezen. Het volk zelf houdt toezigt. Op een bord bij den ingang staat een opschrift te lezen, waarin het volkspark onder de hoede der ingezetenen wordt geplaatst. Welnu, bloemperken vindt gij er in overvloed, maar geen bloem wordt baldadig geschonden, geen grasperk moedwillig vertreden. Duizenden, tienduizenden hadden in 1874 het park bezocht, maar de commissie behoefde in haar verslag niet meer dan ƒ 36,54 voor verlies aan het geheele materieel te vermelden. Over opzettelijke vernieling of beschadiging in het uitgestrekte terrein behoefde geen enkele klagt te worden gedaan. Hulde aan H e n d r i k J a n v a n H e e k , die het volkspark aan Enschede schonk. Belangrijke sommen vermaakte hij bij zijn overlijden, die ten bate van het volk moesten worden besteed. Zijne erfgenamen zorgden daaruit o.a. voor den aanleg van het volkspark, dat later aan de stad in eigendom werd overgedragen. Van de boerenerven, die hier vroeger bestonden, is nog de laan van jong maar welig wassend eikenhout over; het overige van het terrein werd sierlijk aangelegd. Voor verkwikking, maar ook voor 't vermaak van oud en jong werd zorg gedragen. Ook een ijskelder werd aangelegd, waaruit tevens ijs voor geneeskundige behoeften tegen matigen prijs verkrijgbaar kan worden gesteld. Een kapitaal werd vastgesteld tot aankoop en onderhoud van het noodige, en eene commissie aangewezen tot bestuur en beheer. Wèl mag in de restauratiezaal zijn beeldtenis worden bewaard, wèl mogt de burgerij van Enschede en Lonneker haren weldoener het gedenkteeken stichten, dat niet ver van den ingang hem gewijd werd. Voorloopig is de proef uitstekend gelukt, en er is geen reden van vrees, dat later dagen het zullen bewijzen, dat de stichter van het volkspark zich in den geest van fabrikanten en arbeiders had vergist, toen hij op hen rekende, om zijn stichting te waardeeren en te beschermen.

 Jacobus Craandijk.

Vuurwerkramp Enschede 2000

De vuurwerkramp Enschede, of kortweg de vuurwerkramp, vond plaats op zaterdag 13 mei 2000 in de Nederlandse stad Enschede. Bij de ramp vatte een opslagruimte met vuurwerk van het vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks vlam. Er vielen 23 doden (waaronder vier brandweermannen) en ongeveer 950 mensen raakten gewond, 200 woningen werden geheel vernield.


De brand begon op het werkterrein van een pakhuis van S.E. Fireworks. In dit pakhuis lag ongeveer 900 kilogram vuurwerk opgeslagen. Het vuur verspreidde zich naar twee containers, die illegaal buiten het gebouw waren opgeslagen. De brandweer kon het vuur aanvankelijk niet bedwingen, en een derde container vatte vlam. Deze container ontplofte korte tijd later. Een kettingreactie van soortgelijke ontploffingen resulteerde uiteindelijk in de grootste ontploffing: die van de centrale bunker. Hierbij kwam 177 ton vuurwerk tot ontploffing.

De ontploffingen vaagden de hele woonwijk Roombeek in Enschede weg. De grootste ontploffing was tot 60 kilometer ver te horen. Tweehonderd woningen werden volledig verwoest; ca. 1500 woningen buiten de wijk en ca. 500 omliggende bedrijven raakten zwaar beschadigd; 1250 mensen raakten dakloos. De materiële schade werd geschat op ongeveer 1 miljard gulden (454 miljoen euro). De beelden van de vuurwerkramp werden gemaakt door oud-journalist Danny de Vries van de regionale omroep RTV Oost. Deze televisiebeelden gaan al jaren de hele wereld over. De oorzaken van de ramp zijn nog steeds niet helemaal duidelijk. Opvallend is dat de brandweer ongeveer acht minuten voor de grote explosie het sein "Brand meester" gaf.



Foto: ANP

Bron: Wikipedia en Youtube.

Voeg een commentaar toe

Naam:
E-mail:
Commentaar:
Email again: